De geschiedenis van Paulusma Reizen
Paulusma Reizen sinds 1925
Naar aanleiding van het 80-jarig jubileum van Paulusma Reizen, is het boek
‘Altijd onderweg’ verschenen. Vol annekdotes en sappige
verhalen,verteld door Sjouke Paulusma en opgetekend door Giny Bastiaans en
verlucht met talloze foto’s. Hierbij een greep uit dit boek.
PAKE SJOUKE
‘Het is allemaal begonnen met mijn opa, pake Sjouke Paulusma. Pake begon,
aan het begin van de 20ste eeuw, een bedrijfje als rijwielhersteller in Smalle
Ee bij Drachten. Dat klinkt gewoner dan het was. In die tijd moesten de mensen
namelijk nog niet zoveel van een fiets hebben. Nee, dat was een apparaat voor
kunstenmakers. Maar Pake Sjouke had het goed gezien, niet lang daarna schaften
steeds meer mensen zich een fiets aan en liet pake een nieuwe woning bouwen aan
de Nijewei 22 in Boornbergum. Bij dat huis was een winkel en nu konden er ook
nog fietsen verkocht worden.
Eerst werden er alleen fietsen gerepareerd, later kwamen daar motorfietsen en
werktuigen van de boeren bij. En weer later de bussen. Je zag in die tijd al
hier en daar een auto rijden. Maar de ‘luxe auto’ was nog alleen
voor de elite. De autobus werd wel steeds populairder. En dat had pake Sjouke op
het idee gebracht om die bus aan te schaffen. Met De Haan. Die eerste bus was
een T-Ford, die 12 personen kon vervoeren. Er kwam op die eerste bus ‘De
Haan & Co’ te staan.
IN BLIKKEN BOXEN
In 1925 nam pake de bus over van De Haan en ging alleen verder. In 1928 kwam
daar de eerste touringcar bij. Voor 21 personen. Zo hadden pake
Sjouke en zijn gezin, naast de winkel en de reparatie, een derde bron van
inkomsten. Nog voor de 2de Wereldoorlog kwamen er nog twee touringcars bij. Die
bussen werden gestald in blikken boxen achter het huis. In zo’n box konden
twee bussen naast elkaar staan. Omdat de Duitsers in aantocht waren, wilden de
soldaten van het Nederlandse leger schootsveld hebben en moest de weg ontruimd
worden. Auto’s, vrachtwagens en bussen moesten niet alleen aan de kant,
maar om te voorkomen dat de Duitsers de wagens in gebruik zouden nemen, ook nog
het water ingereden om zo onbruikbaar gemaakt te worden.
DE EERSTE ADVERTENTIES
Na de oorlog was het gedaan met de lijndiensten op Leeuwarden en Groningen.
Nieuwopgerichte busmaatschappijen hadden deze diensten overgenomen. Heit ging
zich nu, met de nieuwe touringcars, richten op schoolreisjes en reisjes voor
verenigingen. Eerst waren dat ritjes in Frysland, al gauw ging het verder het
land in, maar verder dan Arnhem kwamen we eigenlijk niet. We gingen nog niet,
zoals nu, het hele jaar door met de bussen op pad. Die reisjes deden we alleen
in de zomermaanden. In die tijd kwamen ook de eerste advertenties.
NAAR DE KLETTEN
Eind 1990 verhuisden we naar De Kletten. Al met al was de hele onderneming erg
snel gegaan. Een beetje té snel misschien, want later kwamen we toch voor
onvoorziene zaken en dus kosten te staan, die we met meer tijd anders hadden
kunnen regelen. Maar over het algemeen is de ruil voor ons heel positief
geweest. We hadden een mooi nieuw pand. Er kwamen nieuwe bussen bij, waardoor
het totaal op 13 kwam.
OVERLEVINGSTOCHT
Een heel bijzondere rit die wij ooit gemaakt hebben, was die tocht naar
Amsterdam in februari 1990. Er stond die avond een zware storm, nu en dan
orkaankracht. Het was om een uur of negen dat ik werd gebeld door iemand van Het
Oliecentrum in Groningen. Er stonden 200 boeren op het station in Amsterdam die
terug naar huis wilden. Naar het noorden. Ze waren naar de
Landbouwtentoonstelling geweest, maar konden niet verder omdat er door de storm
geen treinen meer reden. Of wij konden helpen? Ik zei: “Zo gauw de storm
een beetje bedaart, dan komen wij.” Met vier bussen reden wij voorzichtig,
achter elkaar aan, naar Amsterdam. Twee van mijn jongens, een van hun kameraden
en ik. Ik had van te voren gezegd: “Ik rijd wel voorop, komen jullie maar
achter mij aan”. Ik had wel zorg hoor, over die jongens. Ze waren nog zo
jong, Maar ze wisten toen al wel wat ze deden. Toen we daar aankwamen werden we
toegejuicht. We werden ingehaald als helden. We hebben de mensen terug kunnen
brengen naar Drenthe, Groningen en Frysland. En ze zijn daarna nog jarenlang met
ons naar de Landbouwtentoonstelling gereden.
CHAUFFEUR EN MONTEUR TEGELIJK
Vroeger werd alleen overdag met de bus gereden en dan deden we het onderhoud
‘s avonds. Als er onderweg een storing was, verhielpen we dat ook zelf.
Destijds waren onze chauffeurs in de eerste plaats monteur. Ik moet het
eigenlijk zó zeggen; onze monteurs waren bovend�en chauffeur. Ze hadden
hun werk in de garage en nu en dan zaten ze ook weleens op de bus. Dus als er
onderweg wat mis was met de bus, konden ze dat zelf verhelpen. Tegenwoordig
hebben we geen monteurs, maar talenwonders als chauffeur. Als er nu in het
dashboard een rood lichtje gaat branden, wordt Gurbe in de garage opgebeld.
Hieronder ziet u een overzicht van alle touringcars die vanaf 1925 dienst hebben gedaan bij Paulusma Reizen.
bestellen zomergids 2010



